|

op deze pagina (0):
de Bluesroute, Aaltjesdag
het Wilhelmus, Vakantie
Aaltjespop, fietsen in het donker
narigheid, die o.a. al fietsend in het donker in Harderwijk is gebeurd.
Overzicht van Jantje's verhalen
|
|
|
|
Drie weken op vakantie en er is weer van alles gebeurd in Harderwijk. Bij thuiskomst vraag ik vrienden naar het wel en wee in de stad. Het zijn nare dingen die de meeste indruk hebben achtergelaten. Vier feiten in willekeurige volgorde.
- De vermissing van een jongetje op camping Klavertje Vier in Ermelo, op de grens met Harderwijk.
Het jongetje blijkt te zijn verdronken in een vijvertje.
Meer info: Veluws Dagblad
- Een man aan de Breewijd heeft buurtbewoners met een bijl achterna gezeten.
- De bekende palingroker Johan Kok is overleden.
Hij zat al maanden ziek achter het raam van zijn huis aan de Vischmarkt.
Meer info: Veluws Dagblad
- Er is een meisje van 18 jaar verkracht op de Ankermeen.
Een onbekende man heeft haar 's nachts om vier uur van de fiets getrokken en mishandeld. Een man van tussen 1,75 en 1,80 meter lang, met een getinte huid en zwart haar. Verder doen een hoop roddels en spookverhalen over de verkrachting de ronde, omdat er weinig vaststaande feiten bekend zijn. Roddels over messteken, schoten die gelost zijn en over mensen die voorbij de plek des onheils zijn gefietst zonder in actie te komen.
Meer info: Veluws Dagblad
|
|
Drie weken op vakantie en bij thuiskomst krijg je de drie weken samengevat in een verhaal van verdriet in narigheid. Alsof de wereld, ook in Harderwijk, beheersd wordt door rampspoed. Alsof er geen leuke evenementen zijn geweest, geen verjaardagen, geen toeristendrukte, geen nieuwgeboren baby's, geen mooie muziek, geen goeie boeken, geen mallotigheden met collega's. Ik durf bijna geen prettige vakantie-ervaringen meer te vertellen. Welk een oppervlakkige zak lucht zal ik lijken.
Tot overmaat van ramp toont Henk van Os in het programma Zomergasten aan dat het leven slechts een groot moeras is waarin je steeds wegzakt, een complex toneelspel waarbij niet duidelijk is wie welke rol speelt. Slechts als de Baron von Münchhausen kan je enigszins overleven, door je aan je eigen haren uit het moeras omhoog te trekken. Kunst, religie en passies zijn de hulpmiddelen die je daarbij kunnen helpen. De haren waaraan je je kan optrekken.
Durf ik het leven nog wel aan, als de samenvatting toch slechts pijn en droefenis zal blijken? Ach wat, ik ga er gewoon voor. Harderwijk, bereidt u voor. Elke week weer een column op de website harderwijk-online. Onder meer met kunst, religie en passies. En ik zeg het toch maar: m'n vakantie, die was bijzonder geslaagd.
|
|

|
|
|
|
|
De zomer is dé tijd om lekker rond te fietsen. En om lang buiten te zitten met een wijntje. Allebei kan natuurlijk ook, al loopt dat soms slecht af. Bij mij ging het natuurlijk mis. Ik was op bezoek bij een vriend, die zijn boot in de haven van Strand Horst heeft liggen. Op het dek van zo'n plezierjacht is het leven goed en de avond al gauw laat. De ene na de andere fles wijn werd opengetrokken, nadat we de middag hadden geopend met Belgisch bier. Over de reis naar Harderwijk maakte ik me niet druk, want ik was speciaal voor de gelegenheid op de fiets. Langs het Zeepad rijdt geen autoverkeer, want dat wordt tegengehouden door talrijke palen her en der. Een veiliger route is ondenkbaar. Dacht ik. Totdat ik de tocht huiswaarts aanving. De bewolking kwam onverhoopt opzetten en het schijnsel van de maan was verdwenen. Dan merk je plots hoe donker het in Harderwijk kan zijn. Vooral als de verlichting van je fiets het niet doet. Links naast me reden auto's op de snelweg. Hun lampen verlichtten af en toe het fietspad. Ik omzeilde keurig een paal in de weg, die de auto's tegen moet houden. Verderop weer een.
|
|
Tot voorbij het Texaco-pompstation geen vuiltje aan de lucht. Maar dan splitst het fietspad zich in tweeën. Ternauwernood wist ik het rechterpad te kiezen, zonder in de berm te belanden. Het leek of de wolken zich nog meer samenpakten, om het laatste straaltje sterrenlicht tegen te houden. Bosschages houden op die plaats de autosnelweg uit het zicht. Het is er werkelijk aardedonker. Het wachten was natuurlijk op de klap. En die kwam. Frontaal vloog ik met een stevige snelheid op het paaltje dat daar midden op het fietspad staat. Met een klap smakte ik tegen het asfalt.
Levensgevaarlijk dat Zeepad. Waarom in hemelsnaam die paal daar moet staan weet geen mens. Auto's kunnen hier helemaal niet komen. Die zijn al veel eerder tegengehouden door al die andere palen. Op het donkerste stukje Harderwijk moet zo nodig een obstakel worden geplaatst. Geen fatsoenlijk ambtenaar die daar 's avonds laat weleens rijdt, zoveel is wel duidelijk. Anders had er al lang een lantaarnpaal bij gestaan. Die lantaarnpaal moet er komen, anders gebeuren er nog ernstige ongelukken. Spoed! Want het ligt aan de lantaarnpaal. Niet aan de wijn of aan mijn fietsverlichting. Echt niet.
|
|

|
|
|
Aaltjespop
|
|
Als je niet beter wist zou je denken dat Aaltjespop Harderwijk en regen bij elkaar horen. Twee jaar geleden werd ons Harderwijkse popfestival afgelast. De vrachtwagens die het podium kwamen brengen verdronken op de Stille Wei, die sindsdien de bijnaam de Natte Wei heeft. En ook van andere jaren weet ik momenten te herinneren die heel nat waren. Van de regen welteverstaan. Soms ook van de drank natuurlijk, want dat hoort bij een popfestival.
Ook deze keer was het weer bal. 's Ochtends voor het festival tikte de regen onafgebroken tegen het zolderraam, terwijl het de dagen ervoor al aan een stuk door geplensd had. Helemaal geen zin om te gaan, maar ach, toch maar even kijken. Dit onverschrokken doorzettingsvermogen werd beloond, want omstreeks half twee was het droog. Omdat de eerste band z'n drumstel was vergeten had ik nog niks gemist. De muziek begon om twee uur. Kon ik mooi nog even naar het verrijdbare toilet. Toiletbezoek was bij de toegangsprijs inbegrepen. Dus als rechtgeaard Nederlander ga je dan ook. Voor de deur van de toiletwagen zaten twee stevige heren die me waarschuwden dat ik niet mocht poepen. Er was geen water om door te trekken.
|
|
Drie dagen had het onafgebroken geregend, en de wc's van Aaltjespop stonden droog.
Zo was er steeds wel wat. Er woei een tent weg waar bescherming zocht voor de ijzige wind, ik liet een biertje uit m'n handen glippen, een voorbijganger glibberde in het natte gras en gooide z'n pils over mijn broek en tot overmaat van ramp begon het 's avonds weer van voren af aan te regenen. Alsof er nog niet genoeg gevallen was. Zielig stond iedereen onder de haastig verplaatste partytenten. En toen ik om vier uur 's nachts langs het festivalterrein liep waren de vrijwilligers nog steeds aan het opruimen. Tot aan de knieën in de blubber, slechts verlicht door koplampen van auto's. Intens medelijden overviel me.
En dan nu het gekke. Ondanks alle ellende was het heel tof op Aaltjespop. Ons eigen Veluwse festival. Ondanks de kou kreeg ik er een warm gevoel van. Jammer dat er weinig doorzetters meegenoten. Maar ja, je kan niet alles hebben. Volgend jaar beter. Want Aaltjespop moet blijven, of het nou regent of niet. Een muziekliefhebber is toch niet van suikergoed? En je behoefte een dagje ophouden gaat ook best. Heb ik gemerkt.
|
|

|
|
|
|
|
Laatst ontmoette ik iemand die al heel lang in Harderwijk woont, maar de stad eigenlijk nauwelijks kent. Hij was jarenlang alleen maar in het buitenland geweest. Te weinig tijd gehad om z'n eigen stad te lere kennen. Gek is dat. Het overvalt me een beetje. Wij Harderwijkers kennen Harderwijk niet.
Straks gaan we weer allemaal op vakantie. De een kiest nog gekkere oorden dan de ander. Allemaal even prachtig, afhankelijk van iemands gevoel voor schoonheid. Sommigen vinden de stranden van Vlieland geweldig, anderen vindten meer genoegen in het Louvre in Parijs. De een kiest het nachtleven van Ibiza, de ander zweert bij de architectuur van Praag. In elk geval: we zoeken het ver weg.
Dat is iets raars in de mens. Het gaat in de vakantie niet om wat je ziet of doet, maar om het weg zijn van huis. Terwijl de meeste inwoners van Harderwijk hun eigen stad niet eens kennen. Ik deed een paar jaar geleden een keer een weddenschap over de watertoren van Harderwijk. Ik had wel eens door de bossen rondgelopen, maar nooit de watertoren gezien. Ik dacht dat het ding was afgebroken. Dus verloor ik een fles whisky, want die toren staat er nog steeds, ook al is hij onvindbaar.
|
|
En ik ben echt niet de enige die de watertoren niet kan vinden.
Ik sprak met een vriend over vlinders. Hij is natuurliefhebber. Hij veronderstelde dat er dit jaar minder vlinders zijn dan in voorgaande jaren. Ik raadde hem aan eens te gaan kijken op de oude Harderwijkse vuilnisbelt aan de Beltweg, waar het 's zomers stikt van de vlinders. Hij was er nog nooit geweest.
Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Welke binnenstadbewoner komt weleens in Drielanden? Welke Stadsweider komt er ooit in de wijk Frankrijk? Hoeveel mensen kennen het haventje van Hierden? Het Beekhuizerzand? Wie weet hoe tegenwoordig Sonnevanck en zijn omgeving eruit ziet? Hoeveel duizenden Harderwijkers hebben nog nooit iets gezien van het nachtleven van de stad?
Goeie vakantietip: blijf een keer thuis en maak elke dag een fietstocht door Harderwijk. Er is genoeg om drie weken lang elke dag iets nieuws te ontdekken. Nog lekker goedkoop ook. Met het uitgespaarde vakantiegeld ga je elke dag in een verschillende Harderwijks restaurant eten.
Pas dan ben je Harderwijker. Eerder niet.
|
|

|
|
|
|
mijmeren aan de waterkant
|
|
Het is zomer, om maar even een open deur in te trappen. We hebben al flink wat hete dagen gehad, maar de laatste weken is het een beetje wisselend. En dat is hartstikke jammer, want wat is er leuker dan in het zonnetje te zitten op een bankje aan het Wolderwijd? Op de Stille Wei en op het weitje bij het Surfcentrum staan van die fijne bankjes. Daar zit ik graag. Wijntje of een biertje mee. Kijken naar de ondergaande zon en naar flanerende voorbijgangers. Het ultieme genot van Harderwijk. Zelfs op smoorhete dagen is het lekker langs het water. Altijd staat er een verkoelend windje.
Aan het water gebeurt steeds wat geks. Voetballende jongeren die hun bal per ongeluk de plas opschieten en er dan achteraan moeten. Vliegerende kinderen die door de sterke wind bijna het water in gesleurd worden. Allochtone jongeren die hun raï-muziek uit stoere auto's laten schallen om dames te imponeren. Dikke echtparen met dikke kinderen die patat speciaal en frikandellen eten om nog dikker te worden.
|
Bootjes met afstandbediening waarvan de motor afslaat als het scheepje net te ver weg is. Of een baas die zijn hond inzeept met shampoo uit een paars flesje en hem dan een stok laat apporteren uit het Wolderwijd. Mooie meisjes met uitdagende kleren. Te veel om op te noemen. Het kan niet op.
Nou heeft de gemeente Harderwijk het plan bedacht om de Boulevard anders in te richten. De parkeerterreinen verdwijnen. Ze maken plaats voor water. Over twee jaar is het zover. Als de gemeente maar rekening houdt met ons, levensgenieters. Want de bankjes bij het surfcentrum staan straks onder water. Er moeten wel andere bankjes voor terugkomen. Want we willen over het water blijven kijken natuurlijk. Vroeger had je nog stranden, maar die zijn ingepikt door het Dolfinarium. Harderwijk heeft alleen nog bankjes. Als we die ook kwijtraken zwaait er wat. Wij willen mijmeren aan de waterkant. En we willen zomer.
Waarom zou je eigenlijke nog op vakantie gaan, als het leven zo goed is?
|
| |

|
|
|
|
... ben ik van Harderwijksen bloed
|
|
Voetbalgekte beheersde de wereld. Vooral toen het Nederlands elftal zo goed speelde. Oranje boven, oranje boven. Ook in Harderwijk. Een café aan de Hierdenseweg was van onder tot boven versierd met vlaggetjes en voetbalattributen. Een café bij het station maakte het zo mogelijk nog bonter. Een bar in de Vijhestraat oogde meer als een voetbalkantine dan als horecaetablissement. Tuinen en straten veranderden in feesthofjes. Getoeter in de straten na gewonnen wedstrijden. Eerst alleen na een Turkse overwinning, maar inmiddels is ook het Hollandse bloed aan de kook geraakt. De altijd zo stugge Veluwenaren kregen de smaak te pakken. Ze ontdooiden. Op de achtergrond piepende dolfijnen en roepende walrussen. Ze voorzagen het Oranjefeest van een authentiek Harderwijks tintje. Na de winnende wedstrijd van Galatasaray gingen de Turkse Harderwijkers al gillend en toeterend door de straten, maar de Hollandse stadsgenoten hadden ook de lol te pakken. Toen werd er nog schamperend gemompeld over Mediterrane heetgebakerdheid, die vonk was naar ons overgeslagen. Koudbloed-Veluwenaren in vuur en vlam. Hossend kunnen de Harderwijkers door de straten springen. Wij toeterden nog harder op de boulevard dan de Turken.
|
Het enige wat we nog missden was een goed volkslied. Niemand zong het Wilhelmus na een gewonnen wedstrijd. Dat komt omdat de tekst niet deugt. Daar is zelfs de meest verstokte koningsgezinde vaderlander van overtuigd. We zijn niet van Duitsen bloed en de koning van Hispanje kan onze rug op. De spelers van het Nederlands elftal zongen tijdens de Europese Kampioenschappen weliswaar voor het eerst mee met het Wilhelmus, maar het is niet van harte. De zure gezichten spraken boekdelen.
Dichter des vaderlands Gerrit Komrij werd door Paul de Leeuw gevraagd of hij de uitdaging aan wil een nieuwe tekst te schrijven voor het Wilhelmus. Stotterend probeerde de anders zo genadeloze criticus nuancerende opmerkingen te maken, maar het ging hem slecht af. Misschien kunnen we in Harderwijk naam maken. Ik daag iedereen uit een nieuwe tekst te schrijven voor het volkslied. Dan zet ik er dolfijnengeluiden achter en walrusgeschreeuw. Om het geheel een echt Harderwjks tintje te geven. Zo maken we nog eens geschiedenis. Wilhelmus van Nassauwe, ben ik van Harderwijksen bloed.
|
| |

|
|
|
|
|
|
Een jaarlijks terugkerend festijn in Harderwijk is Aaltjesdag.
Al achttien jaar hetzelfde concept. Folklore, opgeluisterd met fanfaremuziek.
Ook dit jaar weer het vertrouwde ritueel, de dag voor Pinksteren.
Bom- en bomvol op de straten. Terassen stromen over. De Boulevard
is één wandelpromenade. Voor verkeer geen plek meer. De haven vol
boten, van antieke zeilschepen tot moderne plezierjachten. Best
leuk.
Zo'n gevoel bekruipt je. Mij als Harderwijker tenminste. Zo van:
ach ja, het hoort er nu eenmaal bij. We moeten ermee leren leven.
Voor toeristen hoort wat georganiseerd te worden tenslotte. Want
opgewonden raak ik niet meer bij het zien van klompendansende vissersvrouwen.
Mijn hart begint niet sneller te kloppen bij het horen van oud-Hollandse
strijdliederen. Ik kick niet op klederdrachten. Gelukkig vinden
Duitsers het wel hartstikke leuk. Duits is de voertaal bij de talrijke
viskramen. Vrienden uit Hilversum zijn ook danig onder de indruk
bij het zien van zoveel vissershistorie, oude ambachten en aanverwante
prullaria.
|
De stad puilt uit. Aaltjesdag Harderwijk. De horeca doet goede
zaken. Maar ik hou niet van folklore. Dus vind ik Aaltjesdag al
duf sinds mijn eerste kennismaking. Vissersbotters zijn aardig om
te zien, maar na de achttiende keer beginnen ze te vervelen.
Vroeger kon je, als je de braderiedrukte zat was, uitwijken naar
de Stille Wei, waar herrie klonk van Aaltjespop. Omdat dat popfestival
nooit een drankvergunning kreeg (veel te gevaarlijk tijdens de rommelmarktchaos
van Aaltjesdag) is het evenement verplaatst naar een zaterdag in
juli. Dus hangt rond Aaltjesdag nog slechts een lucht van langgekookte
bloemkool en vet gebakken friet.
En laat dat nou nog altijd het lievelingseten van de gemiddelde
Nederlander zijn. Dus ik houd mijn mond. Volgend jaar ga ik mijn
boekhouding bijwerken en het huis opruimen op Aaltjesdag. Zulke
vervelende klusjes moeten tenslotte ook een keer gebeuren.
|
| |

|
|
|
|
|
|
Het Nederlandse blueswereldje is niet zo groot. Dat valt op als
je regelmatig bluesfestivals bezoekt. Steeds duiken dezelfde namen
op. Zo ook op de Harderwijkse bluesroute. De twaalfde bluesroute
alweer.
Arthur Ebeling heeft misschien wel alle afleveringen meegedaan.
Wie die man nog nooit gezien heeft is geen echte Harderwijker. Andere
bekende gezichten dit jaar waren de heren van Doctors Order. Nog
net geen twaalf keer meegespeeld, maar veel zal het niet schelen.
Altijd in café Nicky's Inn, altijd met de nodige tequila en altijd
enthousiast.
Ook hier gaat het verhaal op: wie het tequilaritueel niet kent is
geen echte Harderwijker of heeft op zijn minst z'n ogen in z'n zak
zitten. Maar het leuke aan de Bluesroute in Harderwijk is dat er
elke keer toch weer verrassingen zijn.
Zaterdag was dat het nieuwe restaurant Little Annie's aan de Smeepoortstraat,
waar vroeger 't Fust zat. Het rook er nog naar houtlijm, zo nieuw
is het interieur. De Bluesroute heeft het restaurant ingewijd. Als
de lijmlucht er nu nog niet uit is raakt hij nooit meer weg.
|
In Little Annie's speelde de Nederlandse Tom Waits. Ik wist niet
eens dat wij een eigen Tom Waits hadden, maar hij bestaat. Hij heet
Roderick Jansen en hij zingt in het groepje Nighthawk at Dinner.
Zijn
uiterlijk heeft niets van Tom Waits. Roderick's kop is zo kaal als
een biljartbal.
Maar zijn stem, die heeft het. De stem doet denken aan een bak
vergruizeld grint, een fles belabberd slechte whiskey en een pak
zware shag. Roderick keek beledigd toen ik hem vroeg of hij geen
eigen nummers kon zingen in plaats van steeds maar covers van Tom
Wais. Zijn groepje heeft al drie cd's uit, mopperde hij verongelijkt.
Te bestellen op internet.
Ik nam me vast voor de ceedeetjes via het internet aan te schaffen.
Ware het niet dat er op de Bluesroute nog een oude bekende kwam
opduiken. Op elke Bluesroute kom je hem weer tegen. Koning alcohol.
En door hem weet ik nu het internetadres van Roderick niet meer.
Er zit niks anders op dan maar een plaat van Tom Waits zelf te draaien.
Die klinkt altijd goed. Van mij mag hij een keer naar de Harderwijkse
Bluesroute komen. Dan drink ik niks die avond.
|
| |

|
|