|

op deze pagina (1):
moet Jantje wel Jantje heten? stem mee!
Een bezoek aan
afslag,
de watertoren in Harderwijk
en aan een kunstveiling in Harderwijk.
Vervolgens ontvingen we koninklijk chagrijn in Harderwijk.
Is Harderwijk wereldvreemd?
Overzicht van Jantje's verhalen
|
|
|
|
Zat ik zaterdagavond teevee te zappen, kwam daar opeens Harderwijk
voorbij. De een of andere wielerwedstrijd veldrijden langs de kust
van het Wolderwijd. Nergens had ik aankondigingen zien hangen. Nergens
in de kranten gelezen dat de internationale top van het veldrijden
in Harderwijk zou neerstrijken. Niks. Terwijl daar toch mensen van
naam en faam rondscheurden. Beroemde sporters crosten door de Harderwijkse
blubber. Richard Groenendaal en de winnaar Vervecke. Ik ben zijn
voornaam even vergeten, maar het is toch een sportman van enige
faam. De ijsbaan was verbouwd tot wielrenparcours, de stenen surfzeilen
voor Monopole deden dienst als obstakel voor de renners. Ze moesten
er dwars doorheen slalommen. Het Zeepad was meermalen onderwerp
van lof bij de verslaggever van Studio Sport, die helemaal in verrukking
was over Harderwijk.
|
|
Allemaal bekende Harderwijkse tafereeltjes passeerden de revue.
Op zaterdagavond op de televisie om elf uur. Wat me opviel was het
gebrek aan publiek. Er stond geen kip te kijken. Normaal bij wielerwedstrijden
ziet het zwart van de mensen. Publiek staat opdringerig langs de
kant van de wegen. In Harderwijk niet. Hoegenaamd niemand. Het leverde
rustieke plaatjes op, over het Wolderwijd. Harderwijk, de uitgestorven
stad uit 1807. Geen gemotoriseerd voertuig te bekennen langs de
route. Geen supporters te zien, daar op die televisiebeelden. Waarom
wist ik niks van dat evenement? Waarom wist niemand wat van dat
evenement? Doet Harderwijk een keer mee aan een internationale sportwedstrijd
en dan weet geen kip ervan. Staan we een keer op de internationale
landkaart, hebben we het zelf niet in de gaten. De kernbom valt
op Sonnevanck, maar ik blijf lekker breien. Wereldoorlog III breekt
uit, maar ik ruzie met mijn broer over anderhalf ons bloemkool.
Wat is er met ons aan de hand?
|
|

|
|
|
Bea in Harderwijk
|
|
Koningin Beatrix was in Harderwijk, dezer dagen. Ze bezocht het
opleidingsinstituut SBW. Die school waar wegenbouwers vertrouwd
raken met bulldozers en hijskranen, op het terrein van de vroegere
WGF-kazerne aan de Ceintuurbaan. Hoe lang is het geleden dat Bea
voor het laatst in Harderwijk was? Ik denk acht jaar. Of misschien
zeven. Toen deed ze nuffig. Zoals ze heel vaak doet. Ze wilde met
niemand praten, ze schudde alleen handjes. Ze deed uit de hoogte,
want ze vindt dat ze zo hoort te zijn. Alle officials moesten beloven
dat ze geen woord van hare majesteit zouden citeren in welk radioprogramma
dan ook. Het was een officieel bezoek en het bleef officieel. En
afstandelijk. Geen Harderwijker leerde de vorstin kennen. En vice
versa natuurlijk.
Vorige week ging het een beetje hetzelfde. Het begin was niet al
te veelbelovend. De hooggeëerde majesteit arriveerde per helikopter
op het kermisterrein bij zwembad De Sypel. Zij reist niet per trein
en zelfs niet per privéwagen. Ze beweegt zich voort per schroefwentel.
Vanaf De Sypel spoedde ze zich naar het SBW-terrein. De normale
route zou lopen via de Deventerweg, maar niet voor Bé. Zij mag niet
voor een dichte spoorwegovergang staan, vindt ze. Dus ging ze via
het politiebureau en de S7 naar de Ceintuurbaan.
Tientallen Oranjeklanten hadden zich opgesteld bij de toegangspoorten.
Enthousiaste mensen zwaaiden zich de armen uit het lijf. Mevrouw
B. van Oranje-Nassau bewoog wat met haar vingers en knipte met haar
wimpers.
|
|
Ze glimlachte. Dat al die Harderwijkers zo geestdriftig zijn voor
zo een afstandelijke dame is verwonderlijk. Het zal de nieuwsgierigheid
wel zijn. De vorstin zwaaide minzaam. Hoe vriendelijk. Op het SBW-terrein
zelf schijnt ze bijzonder goedlachs geweest te zijn, terwijl ze
zich liet voorlichten over wegenbouw en techniek. Maar op de foto's
in de kranten ziet ze er verkrampt uit.
Hoe kan vrijdenkend Nederland zo vol vuur zijn over zijn stoffige
kroondrager? Wij Nederlanders staan toch bekend om onze ruimhartige,
anti-autoritaire en open geest. Waarom dwepen wij met een vrouw
uit ver vervlogen tijden, die misschien intellectueel wel bij is
maar op het sociale vlak volstrekt te kort schiet en heel egocentrisch
is? Waarom staat half Harderwijk bij de ingang van het SBW-terrein
te klappen voor een mevrouw die zich te hoog voelt om normaal te
doen? Waarom? Het past niet bij de Harderwijkse volksaard, waarin
snobisme en hautain gedrag uit den boze zijn. Doe maar gewoon, dan
doe je gek genoeg, luidt het credo van de ras-Harderwijker. Waarom
klappen wij dan voor een mevrouw met een hete aardappel in haar
keel? Laat mensen het mij uitleggen. Harderwijkers, kom op! Ik snap
het niet. Ligt het dan aan mij? Ik ben tenslotte niet van adel,
dus ik kan dat koninklijke niet bevatten. Misschien ga ik volgende
keer ook maar juichen langs de weg. Dan hoor ik er tenminste bij.
|
|

|
|
|
|
|
In hotel Baars was vorig weekend een kunstveiling. De opbrengst
was bestemd voor twee goede doelen. Het opvanghuis voor dak- en
thuislozen in Harderwijk en een ziekenhuis in Polen. Rotaryclub
Harderwijk organiseerde de verkoping. Kunstenaars uit de regio hadden
werken ter beschikking gesteld voor de veiling. Best mooi werk.
Natuurlijk zaten er ook afschuwelijke stukken tussen, maar smaken
verschillen nu eenmaal. Gelukkig wel. Marcel van Dam opende vrijdagavond
de kijkavond. Zijn vrouw Milou is een verdienstelijk kunstenaar.
Ze had een mooi bronzen beeld ter beschikking gesteld. Allemaal
hotemetoten liepen bij hotel Baars rond om naar de kunst te kijken.
En naar elkaar natuurlijk. Beetje belangrijk doen hoort erbij in
die kringen. Hete aardappelen vlogen in het rond. De kunst werd
het vijfde wiel aan de wagen. Het was een geslaagde avond, vonden
de aanwezigen. De volgende middag kwamen de kunststukken onder de
hamer. Sommige schilderijen hadden een heel laag startbod. Hondervijftig
gulden bijvoorbeeld. Daar koop je normaal nooit kunst voor. Voor
een dubbeltje op de eerste rang. Maar dat is de essentie van een
veiling. Laag beginnen en hoog eindigen.
|
|
Fors tegen mekaar opbieden en de prijs opdrijven. Voor een goed
doel is dat geoorloofd. Het geeft nog een lekker gevoel ook. Zo
van: kijk mij fijn charitatief doen. Dat hadden jullie vast niet
van me verwacht. Het werd zeer merkwaardige bijeenkomst. Er werd
helemaal geen bod uitgebracht op tal van schilderijen. Zelfs die
honderdvijftig gulden was te veel gevraagd voor de hotemetoten in
de zaal. Natuurlijk werden een paar topstukken goed verkocht. Gelukkig
zaten er een paar goedwillende lieden die alsnog de prijzen wat
opdreven. Maar alles bij elkaar was het een gekke middag. Niet wat
de organisatoren ervan verwacht hadden. Het leek de kunstveiling
wel die een paar jaar geleden in ziekenhuis St. Jansdal werd gehouden,
voor een ziekenhuis in Ghana. Ook toen bood er geen mens een fatsoenlijk
bedrag voor de kunstwerken. Ik snap er niks van. Wat kan dat toch
in hemelsnaam zijn? Laat ik de kunst maar de schuld geven. Want
kunst en Harderwijkers, dat blijft een moeilijke combinatie. En
aan ons Harderwijkers ligt het vast niet. Wat valt er op ons nou
aan te merken? Niks toch? 't Is de kunst die het gedaan heeft. Lekker
gevoel, zo de schuld afschuiven. Geen kunst aan.
|
|

|
|
|
|
|
Het was de hele avond bladstil. Lekker warm weer. Warm voor half
september. Tot een uur of een in de nacht. Of was het al later?
Ik was op een verjaardagsfeest. Het begon te weerlichten. We zagen
ongekende flitsen. Niet alleen van boven naar beneden, maar ook
horizontaal door de lucht. Van die grillige banen die kilometers
lang door het zwerk streepten. Alsof iemand aan het koord van een
enorme stortbak trok kletterde opeens het water uit de lucht. Niet
gewoon regen, maar striemende hozen. Het feest trok zich weinig
aan van het geweld buiten. Iemand had de deur dichtgetrokken, omdat
de druppels naar binnen woeien.
Op zo'n moment voel je je veilig binnen. Blij dat je niet buiten
hoeft te zijn. Ik heb in vakanties wel dergelijke onweersbuiten
meegemaakt waarvan ik echt een beetje bang was. Omdat je in je tent
zit, of in je auto. Dan voel je je erg nietig en bijzonder kwetsbaar.
Maar hier in Harderwijk niet. Lekker beschermd door vier stevige
muren. Iedereen kletste gewoon door.
Totdat het licht uitviel. De peertjes in de lampen haperden even
en werden dan zwart. Gelukkig waren er overal in huis kaarsjes aangestoken,
zodat het zicht niet volledig wegviel.
Anders was er paniek uitgebroken.
|
|
We keken in de schemer naarbuiten, waar de flitsen nu veel duidelijker
aanwezig waren. Met z'n allen stonden we voor de ramen. De telefoon
ging. Die werkt kennelijk ook zonder elektriciteitsnet. Iemand verderop
in de stad belde of wij op het feest ook zonder licht zaten. Midden
in het geweld arriveerden er nog gasten. Nat tot op de draad wisten
ze te melden dat Putten, Ermelo en Harderwijk in duister gehuld
waren. Dat de spoorbomen dicht zaten en niet meer open gingen. Dat
de brandweer verschillende keren uitgerukt was. We voelden ons toch
wel een beetje klein onder zo'n natuurgeweld. We dronken een wijntje
en praten wat zachter.
Alsof we eerbiedig moesten zijn. Tot een uur later. Of was het
anderhalf uur? Buiten was het gedonder weggeëbd. Binnen floepte
het licht aan. Precies op een moment dat iemand ongerust naar huis
wilde bellen of alles wel goed ging. Harderwijk gebukt onder onweer.
Het was minstens vijf jaar geleden dat we hier in Nederland zo een
knallende donder hadden meegemaakt, met zulke waanzinnige bliksemschichten.
Maar het kan dus nog. Harderwijk in september. Een uur lang flitslicht
langs de hemel, anderhalf uur uitval van de stroom.
We schrijven het jaar 2000.
|
|

|
|
|
Open Monumentendag
|
|
Jaren geleden verloor ik een weddenschap over de watertoren in
Harderwijk. Ik was een paar keer door het bos gestruind achter de
WGF-kazerne, maar nooit had ik de toren gezien. Wel de vroegere
vuilnisbelt en het gebouw van de Waterleiding Maatschappij Gelderland,
maar niet de watertoren. Er werd een fles whiskey verwed, dat het
gebouw er nog stond. Ik woonde nog niet zo lang op de Veluwe. Eigenwijs
als ik was speurde ik de volgende dag het bos tot de laatste centimeter
af. De toren was al snel gevonden, ook al staat hij verscholen tussen
het groen.
Nu, tien jaar later, ben ik eindelijk in de toren geweest. Nog
nooit in zijn 105-jarig bestaan is de toren opengesteld geweest
voor publiek, maar tijdens de Open Monumentendag was het zover.
Het was waanzinnig druk, ondanks de regen. Het toegangspad naar
de Galgenberg is nog nooit zo vol geweest, de afgelopen honderd
jaar. Toen er in de Middeleeuwen nog mensen werden opgehangen op
de Galgenberg was dat wel anders. Laat staan als ze werden verbrand
of gevierendeeld. Dat was fun, dat was volksspektakel waar heel
Harderwijk voor uitliep.
|
|
Maar zo'n plompe watertoren, nee. Je kan je niet voorstellen dat
mensen daar massaal voor op de been komen. Derig meter hoog, rond
vloeroppervlak, misschien tien meter in doorsnee. Een bak water
bovenin, met 300.000 liter Veluws grondwater, door het Waterbedrijf
Gelderland, zoals dat bedrijf inmiddels heet, naast de watertoren
uit de bodem opgepompt. De ramen van de watertoren zijn al jaren
dichtgemetseld. Een beetje een doods gebouw, nog nat van binnen
ook. Wat is daar nou voor leuks aan? Eigenlijk niks. Gewoon saai.
Duf. Geen sensatie aan te beleven. Het Waterbedrijf had gelukkig
een collectie oude petten en watermeters neergelegd, anders was
er helemaal niks aan geweest.
En toch was het leuk. Gewoon de ervaring om in die toren te zijn,
die al 105 jaar zijn deuren op slot heeft. Ik vind het gewoon jammer
voor al die Harderwijkers die de kans hebben laten schieten. Want
wie weet hoeveel jaar ze moeten wachten voor ze weer een kans krijgen.
Of zou het stiekem een beetje genoegdoening zijn geweest waar ik
op kickte?. Eindelijk, na al die jaren toch nog wat terug voor mijn
fles whiskey. Ik ben tenslotte Nederlander. Veluwenaar zelfs al
een beetje. En die willen waar voor hun geld, dat is bekend. Al
is het een vochtige geblindeerde toren.
|
|

|
|
|
|
|
|
Het is weer Afslag geweest in Harderwijk. Afslag is altijd leuk.
Als je van muziek houdt natuurlijk. Al tien jaar is Afslag ongeveer
hetzelfde. Vier dagen muziek. Beroemde Nederlandstalige popgroepen,
meestal een jazzavondje, af en toe een blueslegende, nu en dan een
danspartij. Een prettig festival.
Totdat vorig jaar de hemel betrok boven Afslag. De sponsors hadden
er weinig zin meer in. Het moest anders. Organisator Lucas Seijerlin
trok het evenement terug, hij bezon zich een jaar en kwam het afgelopen
weekend met een vernieuwd Afslag. Niet dat er echt veel veranderd
was. Nog altijd een enorme tent, nog steviger dan andere jaren.
Afslag was windhoosbestendig. In plaats van vier dagen duurde het
feest nu drie dagen. Gewoon leuk. Niks op aan te merken. Prettig
festival.
Alleen één dingetje zit me dwars. Ik vroeg me af wat
er nou helemaal veranderd is aan Afslag. Waarom moest dat festival
een jaar de kast in en komt het evenement dan ongewijzigd weer terug?
De muziektent was, zoals bijna elk jaar, de meeste avonden veel
te groot voor het aantal gasten.
|
|
Alleen op de eerste dag bij de Limburgse feestband Rowwen Hèze
was het redelijk vol. Zouden de sponsors dit jaar wel tevreden zijn
geweest? Ik kan het me haast niet voorstellen. De sponsors liepen
toch in 1998 ook te mopperen? Toen was Afslag gewoon goed, artistiek
verantwoord. Dit jaar was het weer prima. Maar die sponsors, dat
zit me niet lekker. Die zijn echt niet tevredener naar huis gegaan
dan andere jaren. Wat moet je in hemelsnaam doen om zulke lui wel
tevreden te stellen? Misschien heeft Harderwijk gewoon te weinig
muziekliefhebbers voor een evenement als Afslag. Maar ik hoop het
eigenlijk niet.
Want volgend jaar wil ik weer naar Afslag. En over vijftien jaar
ook nog. En over 35 jaar nog steeds, samen met mijn medebejaarden
uit het bejaardentehuis. Alleen moet de muziek dan wat harder, want
tegen die tijd zijn we allemaal hardhorend. Laat die mopperkonten
die Rowwen Hèze nu al te hard vonden dan maar thuisblijven. Of waren
die mopperkonten de sponsors misschien? Vast. Maar ach, beter hardhorend
dan hardleers. Ook de sponsors bedenken zich nog wel.
|
|

|
|
|
Rare Naam
|
|
In de krant las ik dat Woody Allen en zijn vrouw Soon-Yi Previn
een dochter hebben geadopteerd. Het kind heeft de naam Manzie Tio
gekregen. Ze is genoemd naar jazz-drummer Manzie Johnson en naar
muziekpionier Lorenzo Tio. Je zal me toch behept zijn met ouders
die zulke namen verzinnen. Want alles kan tegenwoordig.
Ook in Harderwijk kom je eigenaardige namen tegen. Vroeger heette
iemand in Harderwijk Eibert of Berend. Of gewoon Jan of Theo. Maar
de laatste tijd lopen er steeds meer Kimberleys rond in de stad.
Leonardo, Jack, Brigitte, Donna, Olga, John en Winston doen het
heel wat beter dan Arie, Klaas, Teun, Evert, Truus, Mien en Clara.
Niet zelden verandert zo'n Bep in haar pubertijd zelf haar naam.
Dan loopt er plots een extra Francis door Harderwijk terwijl Bep
van de aardbodem verdwenen is.
Gelukkig is het verzinnen van een eigen achternaam in Nederland
nog uitzonderlijk. Bovendien is het duur en tijdrovend. Je krijgt
gewoon de achternaam van je ouders.
Daarom is de meestvoorkomende naam in Harderwijk nog altijd Foppen,
terwijl het aantal Jansens, Koks, Klaassens, Karssens en Petersens
ook schier eindeloos is.
|
|
Het rijtje van de families Hop is ook niet onaanzienlijk, maar
de Hops wonen bijna allemaal in Hierden.
Ik kom op dit onderwerp omdat ikzelf een nogal stomme naam toebedeeld
heb gekregen van mijn geestelijke moeder.
Ik voel me net Manzie Tio of erger. Welke ouder verzint er in hemelsnaam
de naam Jantje? Daar moet iets achter steken. Willen ze me een minderwaardigheidscomplex
aansmeren? Vonden ze me bij mijn geboorte een onderkruipsel? Hadden
ze me maar Eibert genoemd, of desnoods Teus of Kobus.
Ik ga er wat aan doen. Voor een fictief persoon is het veranderen
van je naam nog makkelijker dan het verwisselen van je onderbroek.
Bij deze heet ik Jan. Geen Jantje meer, maar Jan. Niet echt origineel,
maar anders raakt de lezer in verwarring. Gewoon Jan. Voor mijn
part Jan Foppen of Jan Hop, maar liever nog alleen Jan.
Een typisch Harderwijkse naam is het niet, maar wel een fatsoenlijk
Nederlandse. En nog best origineel ook. Want welke stukjesschrijver
heet er nou Jan? Dat verzin je toch niet?
|
|
Reactie van de redactie:
Toen ik puber was, vond ik mijn eigen naam ook verontwaardigend.
Letterlijk. Bärbel is namelijk een verkleinvorm van Barbara.
Dus besloot ik dat iedereen mij maar Barbara moest noemen. Tenslotte
was ik geen klein'tje' meer. Begrijpelijk.
Later, toen volwassenheid langzaam tot me door begon te dringen,
bedacht ik dat een gegeven naam nu eenmaal een gegeven is en dat
ik me niet verkleind hoef te voelen als een naam een verkleining
ergens van is. Een verkleining kan zelfs een uitdrukking van vertedering
zijn.
Jantje is bij Harderwijk Online nog jong maar zeer gewaardeerd.
Ik heb de indruk dat (het leven gaat snel online) hij nu waarschijnlijk
in de puberteitsfase zit. :)
Maar het is belangrijk dat opspelende pubers zich serieus genomen
voelen en ook Jantje moet de kans krijgen zichzelf te hernoemen,
we willen hem best Jan Foppen of Jan Hop noemen, of desnoods Eibert,
Teus of Kobus.
|
|