|
Wolderwijd-Nuldernauw
Waterbeheersplan 2002 - 2006 Stroomgebied Wolderwijd/Nuldernauw
-

Wolderwijd 1998, foto Bert Boekhoven
- gebied
-
Het Wolderwijd en Nuldernauw maken deel uit van de Veluwerandmeren.
Het Wolderwijd staat in open verbinding met het Nuldernauw. De meren zijn omstreeks 1968
ontstaan na de inpoldering van Flevoland. De meren hebben een
gezamenlijk oppervlak van 2650 ha, een gemiddelde diepte van 1,5
m, een maximale diepte van 4 m (met een diepte van 5-8 m in de zandwinputten) en de bodem bestaat vooral uit zand.
De verblijftijd is respectievelijk 3,8 maand in het Wolderwijd en 1,5 maand in het Nuldernauw.
- probleem
-
Eutrofiëring.
- maatregelen
- Vanaf 1979 P-reducerende maatregelen zoals: riolering bebouwing in buitengebied Veluwerand, reduceren overstortfrequentie op de beken en de Veluwerandmeren, verwerken van mestoverschotten op KZI's,
- in 1980-1983 doorspoeling in de winter van het meer met fosfaatarm en calciumrijk water uit de Flevopolder,
- vanaf 1989 doorspoeling zowel 's zomers als 's winters,
- in 1991 uitdunning van de visstand (ongeveer 75% van de visbiomassa is verwijderd) en uitzetten van jonge snoek,
- in 1992 en 1993 aanvullende uitdunningsvisserijen,
- in 1992 aanleg van luwte dammen bij Horst,
Toekomstige maatregel(en):
- Vanaf 2000 tot 2002 Project Delta Schuitenbeek: Afleiden van nutriëntenrijk
water van de Schuitenbeek naar het Eemmeer via een aan te leggen natuurgebied
in het Nuldernauw.
Op www.iivr.nl,
de website van IIVR staat allerlei informatie over het project Integrale Inrichting
VeluweRandmeren met o.a. het concept inrichtingsplan voor de Veluwerandmeren.
- resultaten
-
De doorspoeling van de meren en de P-reducerende maatregelen
hebben het fosfaatgehalte sterk doen
afnemen. Deze maatregelen deden het doorzicht slechts in geringe
mate toenemen (van 25 cm tot 35 cm).
Na de uitdunningsvisserij in het voorjaar van 1991 is het water gedurende een periode van
ongeveer 6 weken zeer helder geweest, waarna het doorzicht in
de zomermaanden weer afnam. De aanvullende visserijen in 1992
en 1993 hebben het doorzicht in het voorjaar slechts heel kort doen toenemen.
In 1991 zijn kranswieren voor het eerst op een redelijk oppervlak aangetroffen in het Wolderwijd - Nuldernauw.
Hierna was de eerste jaren het water in de zomermaanden alleen
helder boven de kranswieren. De kranswieren zijn tot 1997 ieder
jaar toegenomen, waardoor ook het areaal met helder water toenam.
In 1998 en 1999 is het doorzicht in een deel van het meer weer
afgenomen, mogelijk door verstoring door baggerschepen.
- lessen
- Een herstel van de waterkwaliteit middels een reductie van de fosfaatbelasting vergt veel geduld.
- In een groot meer verloopt de kolonisatie van waterplanten trager dan in een klein meer.
- Wanneer nog niet voldoende planten aanwezig zijn, kan het water na een uitdunningsvisserij
alleen in het voorjaar helder blijven en wordt het water in de zomer weer troebel.
- In een meer kan een gebied met stabiel troebel water bestaan naast een gebied met stabiel helder water.
- referenties
-
Meijer, M-L., R. Portielje, M. van den Berg, E. Lammens, B. Ibelings, R. Noordhuis, W. Joosse, H. Coops, D. van der Molen, 1999. Stabiliteit van de Veluwerandmeren. RIZA rapport 99.054.
M-L. Meijer & H. Hosper, 1995. Actief Biologisch beheer in het Wolderwijd-Nuldernauw: evaluatie en aanbevelingen voor het beheer. RIZA nota 95.040.
M-L. Meijer & H. Hosper, 1996. Actief Biologisch Beheer in het Wolderwijd-Nuldernauw leidt
tot een toename van de kranswieren. H2O 18: 536-538.
|
Veluwemeer en Drontermeer
-

Veluwemeer 1998, foto Bert Boekhoven
- gebied
-
Het Veluwemeer en Drontermeer maken deel uit van de Veluwerandmeren. De meren zijn in 1957 ontstaan bij de
inpoldering van Flevoland. Het Veluwemeer heeft een oppervlakte
van 3022 ha, een gemiddelde diepte van 1,55 m en een verblijftijd van ongeveer 2 maanden.
Het Drontermeer dat met het Veluwemeer in verbinding staat heeft een oppervlakte van 476 ha, een gemiddelde diepte van 1,25 m en een verblijftijd van minder dan 1 maand.
De vaargeul is in beide meren 3,5 - 4,5 m diep. De bodem bestaat uit zand aan de oudelandzijde en meer uit klei en slib aan de polderzijde.
- probleem
-
De eerste jaren na het ontstaan van het meer was het water helder en was de bodem bedekt met kranswieren
en kwamen veel vogels voor. Omstreeks 1969 is het water troebel
geworden en zijn de kranswieren verdwenen. Er ontstond een stabiele
troebele situatie met veel voedingsstoffen, hoge algenbiomassa's met veel blauwalgen en nauwelijks planten.
- maatregelen
- Vanaf 1972 defosfatering van het afvalwater op de RWZI van Elburg,
- vanaf 1979 P-reducerende maatregelen zoals: riolering bebouwing in buitengebied Veluwerand, reduceren overstortfrequentie op de beken en de Veluwerandmeren, verwerken van mestoverschotten op kalvergier zuiverings-installaties,
- vanaf 1979 defosfatering van het afvalwater op de RWZI van Harderwijk,
- vanaf 1979-heden doorspoeling van het meer met fosfaatarm en calciumrijk water uit de Flevopolder,
- in 1989-1990 aanleg van luwte dammen en ondiepten bij Polsmaten,
- in 1994-1995 aanleg van AbbertII: 110 opgespoten eilandjes met een diameter van 5 tot 20 meter.
- in 1999-2000 maaiproeven met maaien van fonteinkruid
Op www.iivr.nl,
de website van IIVR staat allerlei informatie over het project Integrale Inrichting
VeluweRandmeren met o.a. het concept inrichtingsplan voor de Veluwerandmeren.
- resultaten
-
Veluwemeer:
Na de fosfaatreducerende maatregelen is vanaf 1979 het fosfaatgehalte en het chlorofylgehalte sterk
gedaald. Tot ongeveer 1994 bleef echter het doorzicht in het meer vrij laag, ongeveer 40 cm.
In 1987 zijn voor het eerst weer kranswieren gesignaleerd in het meer. Begin jaren '90 breidden
de kranswieren zich uit en bleef het water helder boven de kranswieren, maar was het water troebel in de rest van het meer. Vanaf 1995
is het doorzicht ook toegenomen buiten de kranswiervelden. Vanaf 1995 is het hele systeem veranderd. Het fosfaatgehalte is afgenomen,
er zijn meer driehoeksmosselen gekomen, er is minder benthivore vis (mogelijk door de pootvisvisserij door beroepsvissers welke
vanaf 1993 sterk is geïntensiveerd).
Het water blijft vooral helder door de aanwezigheid van de kranswieren.
De situatie bevindt zich op het randje van stabiliteit. Voor een werkelijk stabiele situatie
zou de hoeveelheid kranswieren moeten toenemen (vrijwel niet mogelijk
door de aanwezigheid van de vaargeul en diepere delen) of zou het fosfaatgehalte nog verder moeten afnemen.
Vanuit de recreatiesector werd op een bepaald moment geklaagd over de toename van waterplanten ((Doorgroeid) fonteinkruid) op plaatsen waar
men zou willen varen. In 1999 en 2000 heeft onderzoek plaatsgevonden naar de effecten van maaien van waterplanten
in het Veluwemeer. Aangezien fonteinkruiden de meeste overlast veroorzaken en kranswieren een sleutelrol spelen bij de
waterhelderheid wordt in de toekomst alleen (Doorgroeid) fonteinkruid verwijderd.
In 2000 is in een beleidsnotitie vastgelegd hoe voortaan het waterplantenbeheer in de Veluwerandmeren aangepakt zal worden.
Drontermeer:
De verbeteringen in het Drontermeer verlopen langzamer dan in het Veluwemeer, maar het Drontermeer is nu met een inhaalslag bezig.
- lessen
-
Het herstel van een meer kost veel tijd. Het heeft twintig jaar geduurd voordat een verlaging
van het fosfaatgehalte heeft geleid tot een sterke verbetering van het doorzicht.
- referenties
-
Meijer, M-L., R. Portielje, M. van den Berg, E. Lammens, B. Ibelings, R. Noordhuis, W. Joosse, H. Coops, D. van der Molen, 1999. Stabiliteit van de Veluwerandmeren. RIZa rapport 99.054.
Hosper, 1997. Clearing lakes. Proefschrift LU Wageningen.
|
Randmeren Noord
-

Natuur IJsseloog Ketelmeer
- gebied
-
De Randmeren Noord (Ketelmeer, Vossemeer en Zwartemeer) hebben samen een oppervlakte van 5700 ha, een gemiddelde diepte van 2,4 m en een gemiddelde
verblijftijd van 0,11 maand.
Het Ketelmeer heeft een oppervlakte van 3500 ha, het Zwartemeer een oppervlakte van 1700 ha en het Vossemeer een oppervlakte van 400 ha.
- probleem
-
Vervuilde waterbodem in het Ketelmeer, verspreiding van vervuild slib over het IJsselmeer.
- maatregelen
- In 1999 aanleg slibdepot en toekomstig natuurgebied IJsseloog in het Ketelmeer,
- van 2000-2010 baggeren (klasse 3 en 4 slib) en aanleg IJsseldelta.
Terug naar de inhoudsopgave
|
© & Bron: shallowlakes.net
|